Wandeling van Anderlues naar Thuin via Aulne

  • 6 min read
Zicht op de vallei van de Samber in Aulne

Iedereen houdt van een goede comeback, dus moesten we dit ook een keertje doen! Na een lange tijd hebben we onze loopschoenen nog een keer aangetrokken, hebben we onze camera van onder het stof gehaald en zijn we afgezakt naar een gemeente in het Franstalige zuiden… Anderlues. Het werd een heuse trektocht van ruim 21 km waarbij we hoofdzakelijk de GR12 gevolgd hebben.

Anderlues

Anderlues bevindt zich in de Waalse provincie Henegouwen, niet ver van Charleroi. De regio was tijdens de 20e eeuw vooral gekend als een belangrijk tramknooppunt en een site voor steenkoolontginning. Ons startpunt was dan ook de oude cokesfabriek.

Cokerie d’Anderlues

De cokerie d’Anderlues was actief van 1903 tot 2002 en produceerde tijdens de industriële hoogdagen maar liefst 74 000 ton cokes per jaar. Nee, niet de cola of het witte poeder, maar wel het goedje dat tijdens de vorige eeuw zeer gegeerd was als energiebron. Tot 1969 werd er in Anderlues steenkool gemijnd dat vervolgens in de fabriek werd omgezet tot cokes (en andere bijproducten die werden gebruikt in de industrie, maar laten we de nerdiness beperken tot deze beperkte informatie 🤓). Cokes werden hoofdzakelijk gebruikt als energiebron in hoogovens om bv. gietijzer te produceren(1-2). Sinds begin deze eeuw staat deze fabriek dus leeg en een groot gedeelte is reeds afgebroken, maar toch kan je momenteel nog een spectaculair gedeelte bezichtigen. Na een honderdtal meters wandelen vanaf de Rue de la Résistance, kwamen we aan bij een oud waterzuiveringsreservoir met een mooi uitzicht op de oude fabrieksgebouwen.

Nog een eindje verder bereikten we het grootste, nog resterend gebouw. Om te vermijden dat je – zoals wij natuurlijk wel hebben gedaan – gedurende een kwartier probeert om door een oud raam op 2 meter hoogte via losse stenen en braamtakken naar binnen te klimmen om vervolgens op te merken dat er daar niet verder kan gegaan worden, wandel je best een keer rond het gebouw tot je aan een trap en inkom komt (net iets eenvoudiger). De binnenkant van het gebouw toont nog mooi de oud-industriële stijl met gebogen staalwerk, klassieke bakstenen en oude tegels waarvan de patronen je onmiddellijk terug katapulteren naar de keldervloer van je grootouders (onze excuses voor de jongere lezers die geen idee hebben waarover we het hier hebben 🙈).

Na deze eerste tussenstop vol klim- en kruipwerk, keerden we terug naar de Rue de la Résistance om verder de GR12 te volgen. Dit deel van de wandelroute leidde ons doorheen velden vol graan rond een oude zandberg uit de mijnperiode, de Terril Hougaerde n°3.

Leernes

Na een tiental kilometers in de benen te hebben (en naar onze zin misschien net iets te lang vlakbij de luide N54 te hebben moeten wandelen) kwamen we aan in Leernes. Deze deelgemeente van Fontaine l’Évêque is een typisch klein, Waals dorpje met een gezellig oud schooltje, lokale bakker en dorpsplein met een statische kerk. Deze kerk beschikt trouwens over een toch wel aparte toren met een spiraalvormig gedraaid dak.

Abdij van Aulne

Drie kilometer verder langs de GR12 kwamen we aan in de “Vallei van de vrede” aan de Samber waar de indrukwekkende ruïnes van de abdij van Aulne zich bevinden. In het toeristische Aulne zijn er tal van mogelijkheden om je dag door te brengen: restaurants, terrasjes, minigolf, hotel, brouwerij… Ook kan je er de vervallen abdij bezoeken (voor een kleine prijs(3)). Deze abdij werd gebouwd in de 7e eeuw en was één van de machtigste abdijen van de Nederlanden. Jammer genoeg heeft de abdij tal van plunderingen moeten ondergaan door o.a. Noormannen, Bourgondiërs, Fransen, Geuzen, nog eens Fransen en zelfs door de lokale bevolking (je zou het voor minder beu zijn om telkens de boel te moeten heropbouwen 😅)(4).

Thuin

Vanaf Aulne volgden we een eigen uitgestippelde weg (Rue Vandervelde, Rue d’Hourpes, Chemin de Beaufraux, Chemin de la Celle) tot in Thuin. Onderweg botsten we echter op een spoorwegbrug over het water. Zelf hebben we – onder het mom “op de kaart staat het met een stippellijn aangegeven, dus het zal wel OK zijn” –   deze brug snel gebruikt om over het water te geraken. Aangezien er nog geen minuut later een trein passeerde, raden we toch aan om gewoon aan dezelfde kant van het water te blijven en zo naar Thuin te wandelen. 😇

Thuin is een oude stad waarvan de oorsprong teruggaat tot in de Keltische periode. Typerend aan Thuin is dat het is opgedeeld in een boven- en benedenstad. Vanuit de bovenstad, la Ville-Haute, daalden we eerst af naar de hangende tuinen. Deze terrasvormige tuintjes liggen net buiten de stadswallen en werden al tijdens de Middeleeuwen gebruikt door de inwoners van de stad om groentes en fruit te kweken. De ligging, structuur en de gebruikte stenen zorgen voor een microklimaat dat momenteel vooral gebruikt wordt voor de wijnbouw en er nog steeds prachtig uitziet(5). Na een korte – maar steile – klim naar boven bereikten we terug de bovenstad via de zogenaamde “postys”. Deze geheime, gewelfde doorgangen werden vroeger o.a. door zusters gebruikt om snel en veilig zieken te bezoeken. Verder in de bovenstad kwamen we aan op een open stadsplein met een mooi uitzicht op het lager gelegen gedeelte, la Ville-Basse. Op dit plein bevindt zich tevens het belfort dat behoort tot het UNESCO erfgoed(5-6). Vervolgens begonnen we de afdaling naar het nieuwer ogend laag stadsgedeelte aan het water dat tevens onze eindbestemming was.

Lobbes

Ten slotte beslisten we nog om een aantal kilometer door te rijden naar het nabijgelegen Lobbes. In dit klein dorpje gingen we een kijkje nemen in de Sint-Ursmaruskerk. Deze kerk zou – afhankelijk van de bron – de oudste kerk van België zijn. De kerk was zeker een leuke afsluiter van de dag: een ruwe, stenen buitenkant en een typisch opgefriste witte binnenzaal, maar vooral de kleine kelderruimtes achteraan met oude graftombes, altaar en muurplaten waren de moeite waard (ook omdat het na een lange dag zweten in de zon lekker fris aanvoelde 😁).  ­